Marc Schuilenburg teaches in the department of Criminal Law and Criminology, VU University Amsterdam.

PRESS

RECENSIES: DE NIEUWE FRANSE FILOSOFIE.
DENKERS EN THEMA’S VOOR DE 21E EEUW

(Amsterdam: Boom, gepubliceerd 2011)


Zou ik vandaag een jong iemand ontmoeten met interesse voor de filosofie, dan zou ik hem zonder aarzelen dit boek aanraden. De nieuwe Franse filosofie is een voorstel tot een nieuw canon. We zijn getuige van een regimewisseling in de top van de intellectuele wereld, en de nieuwe Rotterdamse filosofen wijzen de weg!
Leonard Paepe in: Atheneum, 20 juli 2011


Zowel relatieve leken, studenten als kenners vinden wellicht hun gading in De nieuwe Franse filosofie. […] Food for serious thought.
Psyche & Brein, nr. 4, 2011


Het is een prachtige verzameling met 34 filosofische portretten van bekende en minder bekende denkers als Gilles Deleuze, Etienne Balibar, Jacques Derrida, Michel Serres, Jacques Lacan, Alain Finkelkraut, Claude Lefort, Régis Debray, Jacques Rancière, Jiles Lipovetsky, Michel Foucault, Bernard Stiegler en Bruno Latour. Wanneer je het gelezen hebt weet je bijna alles van het Franse denken van de laatste dertig jaar. Het vereist wel dat je doet wat Karel van het Reve zei nooit te doen: denken.
Carel Peeters in: Vrij Nederland, 29 augustus 2011


Een boeiende bundel die laat zien dat er veel meer is dan de roemruchte periode van Sartre.
Reformatorisch Dagblad, 13 september 2011


Dankzij mooie biografieën – inclusief hun pasfoto’s komen ze tot leven. Bovendien geldt dat het geheel meer is dan de delen.
Sebastien Valkenburg in: Trouw 28 oktober 2011


Voor wie zich afvraagt of er sinds, pak weg, de in dit boek niet behandelde Roland Barthes in het Franse denken nog iets heeft afgespeeld, heeft aan dit boek dan ook een vette, voedzame en soms verrassende kluif. (…) Het presenteert een groot aantal van de momenteel relevante Franse denkers op een heldere manier: zo helder als de complexiteit van hun denken in kort bestek althans toestaat. Het trekt duidelijke lijnen in het Franse denken vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu en kiest daarin onvervaard positie. Het brede spectrum aan onderwerpen en de benadering daarvan door zo’n rijke staalkaart aan denkers moet het filosofisch gemoed wel prikkelen. Lees dit boek, zou ik daarom tegen haar hebben gezegd.
Ger Groot in: De leeswolf nr. 8, 2011


Als naslagwerk is dit boek zeer geslaagd, omdat het merendeel van de stukken helder en duidelijk de centrale gedachten van een filosoof weergeeft. Het boek is ook boeiend omdat de Franse filosofen aan de hand van acht thema’s aan de lezer worden voorgesteld: speculatieve filosofie, deconstructie, laïcisme en democratie, stad en burger, subjectiviteit en zelf, consumptiemaatschappij en kapitalisme, kunst en de opsplitsing van de natuur.
Krisis, nr. 3, 2011


Degelijk, hoog academisch en auteursgericht naslagwerk, voor ingewijden in de filosofie
Annemiek Buijs in: NBD Biblion, oktober 2011


Het is daarom een opmerkelijke prestatie dat deze bundel erin is geslaagd om in 34 zeer helder geschreven hoofdstukken evenveel filosofen uit Frankrijk op een verstaanbare wijze aan het Nederlandse en Vlaamse leespubliek voor te stellen. Dit zorgt ervoor dat dit boek uitermate geschikt is als inleiding op de nieuwe Franse filosofie en tevens dienst kan doen als overzichtswerk. Bovendien introduceert De nieuwe Franse filosofie het werk van een reeks Franse filosofen dat nog niet of nauwelijks in het Nederlands vertaald is. Een dergelijke introductie werd node gemist. (…) De zorg waarmee deze bundel is samengesteld en uitgegeven is lovenswaardig. Daarmee zetten zij de belangwekkende nieuwe Franse filosofie eindelijk ook bij ons op de agenda.
Gert-Jan van der Heiden in: Wijsgerig Perspectief, nr. 1, 2012

RECENSIES: DELEUZE COMPENDIUM

(Amsterdam: Boom, gepubliceerd 2009)


Bij leven was Deleuze een filosoof van een uitzonderlijk kaliber, maar helaas maakte hij het zijn lezers in zijn geschriften niet echt makkelijk. Toch inspireerde zijn ideeëngoed architecten, bestuurskundigen, kunstenaars en cineasten. Het staat bijzonder chique als je met Deleuze kunt uitpakken, maar het is wel werken. Goed dus dat er nu het Deleuze compendium is. Daarin buigen 21 Nederlandse en Vlaamse Deleuze-kenners zich over het oeuvre van de meester en dat levert evenveel verhelderende essays op, vanuit een brede waaier aan invalshoeken.
De Standaard, 15 maart 2009


Critici noemen hem een onleesbare postmoderne, luchtfietser, adepten van Gilles Deleuze (1925-1995) vinden hem de belangrijkste filosoof van onze tijd. Collega-beroemdheid, vriend en bewonderaar Michel Foucault (1926-1984) voorspelde ooit dat de 21ste eeuw deleuziaans zou zij zijn. Zeker is dat de naam Deleuze tegenwoordig verrassend vaak terugkomt in studies over de globalisering, en dat diverse soorten kunstenaars en architecten hem een bron van inspiratie noemen. In Deleuze Compendium, het eerste grote werk over de filosoof in het Nederlands, belichten Nederlandse en Belgische kenners de vele kanten van het oeuvre van de man die zichzelf het liefste betitelde als een empirist en een vitalist. Zijn monografieën over Hume, Bergson en Nietzsche komen hier aan bod, als ook zijn grote werken Différence et répétition en Logique du sens.
De Volkskrant, 27 maart 2009


Gezien de moeilijkheidsgraad van het werk van Deleuze, is een grondig naslagwerk geen overbodige luxe. Daarom mogen we ons gelukkig prijzen met het Deleuze Compendium. De redacteuren hebben gekozen voor een veelzijdige opzet, waardoor iedere geïnteresseerde lezer wel iets van zijn of haar gading vinden kan. Al is er wel niveauverschil tussen de bijdragen, over de gehele breedte genomen getuigen de essays van grondige kennis van het werk van Deleuze en zijn deze goed en toegankelijk geschreven. Tegen deze achtergrond is het veilig te concluderen dat de vele auteurs van het Deleuze Compendium een gedegen academische prestatie hebben neergezet en veel lijnen uit Deleuzes denken, weten zichtbaar te maken. Na de lof voor dit niet alleen inhoudelijk interessante, maar ook nog eens prachtig uitgegeven boek, rest er nog één vraag: Hoe zou Deleuze zichzelf gelezen hebben?
Gert-Jan van der Heijden in: 8Weekly, 14 mei 2009


Aan de samenstelling van het boek moet veel overleg voorafgegaan zijn, want hoe stel je een disparaat oeuvre als dat van Deleuze voor? Een compendium is een geschikt antwoord op die vraag, omdat de hoofdstukken daardoor niet al te lang uitvallen en bijgevolg verschillende facetten onder de aandacht kunnen worden gebracht. De bijdragen zijn evenmin beknopt te noemen en dus diepgaander dan encyclopedische lemmata of de aantekeningen die men in een verklarend woordenboek aantreft. Het boek is ook geen contextualiserend werk dat Deleuzes denken relateert aan dat van zijn tijdgenoten of diep ingaat op de historische en biografische omstandigheden waarin het plaatsvond. Het is, ten slotte, ook geen inleiding die de lezer van punt a naar b begeleidt; daarvoor zijn de hoofdstukken te zelfstandig en laat het boek te openlijk een grasduinende, niet-lineaire lectuur toe. Een compendium dus, een ‘samenvattend overzicht’ (Van Dale), het eerste in het Nederlands dat de vergelijking met gelijkaardige internationale boekwerken moeiteloos en zelfs met glans doorstaat. De meer dan twintig bijdragen, van voornamelijk Vlaamse en Nederlandse filosofen, tellen samen een stevige vierhonderd pagina’s en stuk voor stuk getuigen ze van het soort academische ernst – voetnoten- en verwijzingenapparaat, zorgvuldige uiteenzetting, enzovoorts – die de lezer een weldaad bewijst.
Domeniek Hoens in: De leeswolf, nr. 5 / juni 2009


Gilles Deleuze is een eminent belangrijke filosoof, maar in ons taalgebied was er tot nu toe nauwelijks iets voorhanden. We moesten het tot op heden doen met de vertaling van twee niet al te belangrijke werken. En nu ligt er dan een dik boek waarin bekende en minder bekende denkers uit de Lage Landen hun licht laten schijnen op bepaalde aspecten van het werk van Deleuze. Dit boek dient dus een hiaat op te vullen en laten we maar meteen vooropstellen dat degenen die meegewerkt hebben aan de totstandkoming van dit boek er wonderwel in zijn geslaagd een bepaald kennisdomein open te leggen voor de geïnteresseerde leek of noviet. Als er ooit nog eens onderwijs over Deleuze op Nederlandse universiteiten wordt gegeven, dan zal dit compendium onmisbaar blijken te zijn.
René Ten Bos in: Krisis. Tijdschrift voor actuele filosofie, nr. 2, 2009


Ik raad je aan het ‘Deleuze Compendium’ te lezen. Ook omdat in de Deleuze-mode naar mijn idee te vaak en maar half begrepen met zijn begrippen is gekoketteerd, met zijn suggestie om te surfen op concepten als rechtvaardiging. Als een van de belangrijkste moderne denkers verdient hij serieuze lezing. Het compendium biedt nu een goed, samenhangend en – over het algemeen – helder geschreven overzicht van het oeuvre. In totaal 21 Nederlandse en Belgische Deleuzekenners – onder wie Richard de Brabander, Leen de Bolle, Patricia Pisters, Henk Oosterling en de redacteuren Ed Romein, Marc Schuilenburg en Sjoerd van Tuinen – wijden een hoofdstuk aan een thema of periode in Deleuzes werk. Ook in dit boek kun je beginnen waar je wilt en de route nemen die je bevalt, daarbij geholpen doordat cruciale begrippen of concepten uit Deleuzes werk in de kantlijn staan, zodat je snel wordt doorverwezen naar een ander hoofdstuk. En dat is geheel in lijn met Deleuzes suggestie voor het denken.
Robert Muis in: Gonzo (circus), nr. 93, 2009


Weinig boeken die bij lezing zoveel herinneringen bij me loswoelen als dit werk. Nee, geen dichtbundel of roman die me zo acuut terugvoerde naar mijn verleden. Het gaat om dit boek, met de prozaïsche titel Deleuze Compendium, over het denken van de Franse filosoof Gilles Deleuze (1925-1995). (…) Wauw. Als het nu nog opschrijf, ben ik er nog steeds van onder de indruk. Maar ook niet te veel, omdat ik inmiddels grote bezwaren heb tegen dit ‘differentie-denken’. Om het cru te stellen: Ja, de 21e eeuw dreigt Deleuziaans te worden, zoals Foucault voorspelde, maar daar zou niemand om moeten juichen. Het is eerder een politiek doodvonnis. (…) En dat brengt me tot de grote makke van dit ‘Deleuze Compendium’: nergens wordt de balans opgemaakt waartoe dit differentiële denken in de praktijk zou leiden. Dat is niet een omissie, dat is een misdaad, want juist Deleuze, de revolutionair, die zichzelf als pragmatist en vitalist omschreef, zou met zijn neus op de stront moeten worden gedrukt, die hij politiek-filosofisch gezien heeft voortgebracht.
Stephan Sanders in: De Volkskrant, 14 augustus 2009


Hoewel de filosofie van Gilles Deleuze reeds lange tijd invloedrijk is, niet alleen in filosofische maar ook in wetenschappelijke, artistieke en politieke kringen, ontbrak het in het Nederlandse taalgebied aan een gedegen overzicht van zijn werk. Met het verschijnen van het Deleuze Compendium is deze nood in elk geval ingelost. Zoals de appellerende, dandyeske blik van Deleuze op de cover doet vermoeden, laat ook zijn eigenzinnig denken slechts weinigen onberoerd. (…) In het compendium worden we meegenomen door een wervelend deleuziaans landschap van differente virtualiteit, rizomatische immanentievlakken en nomadische verlangenstromen. Het is een filosofie die doet reizen, met bedreven gidsen als Isabelle Stengers, Henk Oosterling en Rudi Laermans, om maar die te noemen. (…) Het compendium slaagt er wonderwel in om hier en daar puzzelstukken mee te geven die geïntrigeerd en bijtijds zelfs hongerig doen verder lezen. Ook de noodgedwongen herhalingen die het boek doorkruisen werken allerminst storend; zij rizomeren veeleer doorheen de lezing van het boek waardoor men sterker ge(k)noopt wordt tot een affectieve band met het differentiërende deleuziaanse procesdenken.
Kathleen Vandeputte in: Open. Cahier voor kunst en het publiek domein, nr. 18, 2009

REVIEWS OF MEDIAPOLIS. POPULAR CULTURE AND THE CITY

(Rotterdam: 010-Publishers, published 2006)


Mediapolis is an exciting and particularly intriguing book. Take the title itself: Mediapolis is more like the title of a DC comic by Peter Kuper or Frank Miller than a serious treatise on the present-day metropolitan situation. The authors, Marc Schuilenburg and Alex de Jong – alias Studio Popcorn – display a preference for popular culture because pop culture, as they write in their introduction, offers ‘an opportunity to approach our living environment from a different angle’. (…) The authors have enriched the Dutch language with two splendid terms: pop modernism and pop philosophy. (…) I can only find one example in the Netherlands of this type of radical and conceptual writing: the writers’ collective Bilwet, which performed pioneering work in the eighties and nineties in the context of media theory, with their crazy, intriguing books. (…) The terms applied in Mediapolis also betray conceptual euphoria, a lust for life, the joy of play, and zap behaviour: ideas and concepts tumble over one another, notions appear and vanish, theories condense and evaporate, and leitmotifs turn out to be loose ends without ties. (…) The many ‘beats per minute’ that Schuilenburg and De Jong present us with take us on an incredible trip that can only be compared to the hypnotic sounds of drum & bass. At the end, you know more about military games than ever, more about ‘urban’ and Afro-Futurism that you ever wanted to know, and more about the importance of the ‘scenius’ for our digital culture than you could ever imagine. Stacking, tying together, plodding on, unravelling, and beginning all over again. That is Mediapolis.
Siebe Thissen, at the presentation of Mediapolis in the Netherlands Architecture Institute (Rotterdam), January 11th, 2007


Is het dan overdreven te stellen dat het fundament onder architectuur en stedenbouw is weggeslagen? Wat staat architecten en stedenbouwers nog te doen als hun medium – het materiële en bestendige – ernstig aan belang inboet, en al helemaal niet meer het vermogen heeft gemeenschappen te vormen of te symboliseren? Wat verlangen wij nog van de stad? Waar en hoe ontmoeten wij elkaar, wie krijgen er toegang en wie worden er buitengesloten? Het zijn vragen die Mediapolis buitengewoon actueel maken. De Jong en Schuilenburg verliezen zich niet in schrille, postmoderne opwinding, ze overtuigen als ze stellen dat die versmelting een revolutie betekent in onze beleving van stedelijkheid.
Edzard Mik in: Vrij Nederland, January 20th 2007


We hebben hier te maken met een boek dat – als er nog enige gerechtigheid bestaat – verplichte kost wordt op elke opleiding die iets doet aan mediatheorie en stedelijkheid.
De twee lijnen die in Mediapolis het meest briljant – en dat woord gebruik ik niet licht – worden uitgezet zijn een extrapolatie van de logica van populaire computergames als conceptuele voorbereiding van de maatschappij voor de militarisering van de openbare ruimte. En een betoog over het belang van ad hoc groepsvorming door muziek en geluid als een belangrijke positieve factor in de vorming van stedelijke cohesie. Mediapolis is on-Nederlands goed en verdient het om massaal bediscussieerd te worden door lokale sceniussen en cultuurkabouters.
Wilfried Hou Je Bek at www.archined.nl, February 1st 2007


In hun boek halen Schuilenburg en De Jong het klassieke denken over stedelijkheid compleet onderuit. Ze weken het los uit zijn stedenbouwkundige holster, waar het naar hun oordeel veel te lang in vastgezeten heeft. Het kan bijna niet anders of de makers van de afgelopen week geopende Mapping the City in Stedelijk Museum CS zullen even hebben geslikt bij lezing van de eerste lovende kritieken over Mediapolis in de pers. Welke ‘city’ in deze tentoonstelling ook ‘gemapt’ wordt, het is geen mediapolis. In vergelijking met het lichtelijk geëxalteerde trendwatchen van Schuilenburg en De Jong, biedt Mapping the City een geheel ander soort stedelijkheid, vertrouwder, ouderwetser. Een boek als Mediapolis laat zien dat er over de hedendaagse stad ook heel anders gesproken kan worden. In de visie van Schuilenburg en De Jong staan niet de 19de-eeuwse sentimenten als onthechting en vervreemding centraal, maar gemeenschappelijkheid, interactiviteit en ‘connectiviteit’. Het mag een goede follow-up zijn van de huidige tentoonstelling heten: Mapping the City II: Mediapolis. Het wordt een tentoonstelling waarin op wervelende wijze het 21ste-eeuwse stadsleven in kaart is gebracht, aan de hand van muziek, de modes, de games, de nieuwe gemeenschappen en collectieven in de kunst en daarbuiten.
Domeniek Ruyters in: de Volkskrant, February 22nd 2007


De vele voorbeelden uit de techno, samples, grime, of de beeldcultuur maken Mediapolis tot een zeer leesbaar boek. De theorie die De Jong en Schuilenburg ontwikkelen biedt in ieder geval voldoende aanknopingspunten om te onderzoeken hoe voorbeelden van samenwerking in de game-industrie als inspiratie kunnen dienen voor stedelijke – en waarom niet ook landelijke – ontwerpprojecten.
Martin Woestenburg in: Blauwe Kamer, nr. 1, February 2007


Het voordeel van die onconventionele aanpak is dat er vrij van strakke categorieën geredeneerd kan worden. Zo wordt een overtuigende link gelegd tussen de militarisering van de openbare ruimte – onze veiligheidscultuur van virtuele slotgrachten, surveillancecamera’s en digitaal huisarrest, de invloed van videogames bij het Amerikaanse defensieapparaat en juist de militarisering van die games. Het resultaat is overtuigend. Het is bevrijdend om de stad niet meer te beschouwen als een statische fysieke eenheid, maar als een nodale structuur, waarin virtuele en reële systemen in elkaar overlopen. Waar schrijvers over ‘cybercities’ vaak blijven hangen in technologisch determinisme, in de zin dat de virtuele ruimte het zou gaan overnemen van de fysieke, stellen De Jong en Schuilenburg dat die twee elkaar juist aanvullen. De architectuurpraktijk zal de komende tijd nog niet drastisch veranderen door Mediapolis. Maar het boek is absoluut een basis waarop voortgeborduurd moet worden. Door theoretici en popfilosofen.
Elda Dorren in: NRC Handelsblad, March 30th 2007


Mediapolis is een meeslepend boek. De Jong en Schuilenburg schrijven met de gedrevenheid en enthousiasme van de fan. Met hun persoonlijk gekleurde voorbeelden nemen ze de lezer mee in de wervelstorm van de virtuele stedelijkheid. De Jong en Schuilenburg tonen zich initiatiefnemers, die met hun boek iets belangrijks neerzetten – onaf en onvolmaakt – dat vast en zeker door anderen verder ontwikkeld kan en zal worden.
Lotte Haagsma in: Metropolis M, nr. 3, 2007


In deze analyse maken de auteurs een voor Nederlandse begrippen wilde mix van continentale filosofie, cyberpunk, architectonische ideeën en poptheorie uit de jaren negentig. Dat laatste is direct een van de grootste kwaliteiten van het boek. Dat De Jong en Schuilenburg rijkelijk vissen in een bepaalde poel van ideeën (afrofuturisme, sampladelia, scenius in connectie met poststructuralisme) maakt de theoretische basis verrassend. De tweede kwaliteit van Mediapolis ligt in de wijze waarop deze kijk op popmuziek wordt geconfronteerd met denkbeelden over de stad.
Omar Munoz Cremers in: Open. Cahier voor kunst en het publiek domein, nr. 12, 2007


Een fascinerende reis door de stedelijke popcultuur. Mediapolis neemt ons mee op een bij vlagen duizelingwekkende reis door de wereld van populaire games en elektronische muziek. Met verrassende inzichten als resultaat.
Freek Kallenberg in: Gonzo (circus), nr. 80, 2007


Gelukkig meanderen De Jong en Schuilenburg er flink op los binnen de strakke, rationele opzet van hun publicatie. Het resultaat is een prettige en waardevolle, hoewel soms ‘dunne’ en niet altijd sluitende lawine van analyses, theorieën en informatie die de lezer uitdaagt en voorkomt dat deze de inhoud zomaar voor waar aanneemt.
Ernie Mellegers in: De Architect, May 2007


Wat hebben games als Grand Theft Auto, de muziek van Snoop ‘Doggy’ Dog, virtuele gemeenschappen als Second Life en de Japanse sociaal-maatschappelijke epidemie Hikikomori met elkaar gemeen? Ze gaan allemaal over de elektronische globalisering, en over de populaire massacultuur in het bijzonder. Alex de Jong en Marc Schuilenburg schreven er een boek over, Mediapolis, waarin ze compleet nieuwe begrippen introduceren als Urban Container en nodale stedelijkheid. Hun boodschap: pop- en e-cultuur hebben steeds meer invloed op onze leefomgeving én ons leven. ‘Iedere generatie moet haar eigen stad bouwen’.
Renson van Tilburg in: Identity Matters, nr. 3, 2007


The youth of today are experiencing urbanism without even have to get up off the couch. The preponderance of games set within violent cityscapes – be they ancient, modern, or glossy and futuristic – has brought more prominence to three dimensional design than 100 years of architectural modernism. But do we really want an entire generation growing up with the ability to spot potential sniper positions, or scared of going down into the cellar?
Wallpaper, April 30th, 2007


In their book Mediapolis Alex de Jong and Marc Schuilenburg aim at describing changes in our popular culture in relation to urban space. Theoretically based on postmodern philosophers such as Foucault, Deleuze, Zizek and others, their own observations and the detailed description of many other examples, de Jong and Schuilenberg paint a picture of a changing urban culture. (…) De Jong and Schuilenburg give important historical background information for their case studies, which is the strength of their publication. The examples de Jong and Schuilenburg have chosen are described and analyzed in detail. This book is a collection of examples from popular culture, and it is a treasure that gives insights into the cultural changes we are facing nowadays.
Karin Wenz in: Krisis. Journal for contemporary philosophy, nr. 1, 2008

@