Feelings are Always Local

Over de vraag hoe systemen ontstaan en zich in netwerken handhaven

 

Gepubliceerd in: Gonzo (circus), nr. 67 (Leuven, 2005).

 

Feelings are Always Local,
Joke Brouwer, Arjen Mulder (red.),
V2_Publishing/Nai Publishers, Rotterdam, 2004

 

Marc Schuilenburg

 

En opeens zijn daar de netwerken. Biologen noemen de diversiteit van de natuurlijke ecosystemen van dieren voedselnetwerken. Wereldwijd maken enkele duizenden radicale moslims deel uit van terroristische netwerken. En systemen waarvan de samenstelling is afgeleid van de manier waarop de menselijke hersenen werken, worden neurale netwerken genoemd. Zie hier de oriëntaties van bioloog Tijs Goldschmidt, neuroloog Karim Nader en de econome Loretta Napoleoni, mede-auteurs van het boek ‘Feelings are Always Local’. Het meest algemene onderscheid tussen netwerken is dat van een open en een gesloten systeem. Goldschmidt werkte in de Mwanzagolf van het Victoriameer om visjes te bestuderen die de plaatselijke bevolking furu noemt. Daar werd het Goldschmidt duidelijk dat niet het ontstaan van soorten een belangrijke evolutionair vraagstuk is, maar het uitsterven ervan. Hij constateerde dat de honderden soorten furu die in miljoenen jaren in het Victoriameer waren geboren, in een jaar of dertig waren uitgestorven. De reden? Het relatief gesloten systeem van het meer werd geopend door visserijbiologen die een nieuwe soort naar binnen brachten: de nijlbaars. Een van de belangrijkste redenen voor de opkomst van netwerken is de intrede van communicatie en informatietechnologieën. Zij hebben onze maatschappij een nieuwe infrastructuur gegeven. Op het meest algemene niveau leidt dat tot kapitaal dat wereldwijd circuleert. Napoleoni laat zien dat een van de neveneffecten van dit wijdvertakte, internationale economische systeem de sponsoring van terroristische organisaties is. Zij concludeert dat er een mondiale criminele economie is ontstaan waarbij westerse financiële instituten het leeuwendeel van het terrorismegeld recyclen, ongeveer 1,5 biljoen dollar via witwaspraktijken en filantropie.
In ‘Feelings are Always Local’ wordt geanalyseerd hoe al die verschillende netwerken zich van binnen uit organiseren, uitbreiden, koppelen en herrangschikken. Anders gezegd, hoe werken ze? Daarnaast wordt gevraagd hoe die netwerken op een alledaags niveau hanteerbaar worden gemaakt. Schrijvers als Alexander Galloway, Arjun Appadurai en Mike Davis laten daar hun licht over schijnen. Het boek biedt ook ruimte aan kunstenaars die zich in hun werk bezig houden met digitale netwerken. Dat leidt tot verrassende resultaten zoals het werk ‘Mobile Feelings’ van Christa Sommerer en Laurent Mignonneau waarin het netwerk van de telefoon niet alleen wordt gebruikt om gesprekken te voeren, maar ook om de lichaamsensaties van de personen die aan de lijn zijn door te geven: hartslag, ademtocht, lichaamsgeur. ‘Feelings are Always Local’ leidt tot twee belangrijke conclusies. In de eerste plaats worden vraagtekens geplaatst bij de gebruikelijke betekenissen die gehecht worden aan vormen van netwerken. Algemeen wordt gedacht dat open netwerken staan voor een platte organisatievorm die van nature democratisch is. Ze zouden transparant zijn omdat ze alle ruimte bieden voor de inspraak van de gebruikers. Bovendien zouden ze voor iedereen toegankelijk zijn. Door de afscherming van de broncode van Windows geldt Microsoft als een bedrijf dat weinig flexibel en toegankelijk is. Maar het eenvoudige onderscheid ‘Open Source is goed’ en ‘Microsoft is fout’ is goedkope retoriek. Goldschmidt toont met zijn studie naar het uitsterven van de vele soorten furu in het Victoriameer de gevaren van open systemen aan voor het voortbestaan van die soorten. In de tweede plaats wordt in ‘Feelings are Always Local’ duidelijk dat open en gesloten netwerken elkaar niet uitsluiten. Een netwerk is een relatief open systeem dat een aantal relatief gesloten systemen verbindt. Steeds meer worden open en gesloten systemen in elkaar opgenomen. De afsluiting van de openbare ruimte door winkelcentra, ‘gated communities’ en getto’s is daar een voorbeeld van. In deze laatste conclusie ligt de uitdaging voor verder onderzoek. Hoe wordt socialiteit in die capsulaire ruimten geproduceerd? Ontwikkelen die plaatsen zich tot nieuwe gemeenschappen met eigen regels en straffen? Hoe komt de architectuur van die ruimten eruit te zien?

 

Internet:
www.deaf04.nl
www.naipublishers.nl/art/feelings_e.html

Top