Big Brother in Europa

 

Gepubliceerd in: Gonzo (circus), nr. 98 (Leuven, 2010), p. 95.

 

Marc Schuilenburg

 

Big Brother in Europa is een boek van Raf Jespers, een advocaat die lid is van het Progress Lawyers Network. Dit netwerk van Belgische advocatenkantoren behandelt zaken als echtscheiding en arbeidsongevallen, maar is vooral bekend als verband van advocaten dat actief is in de verdediging van politieke actievoerders. Big Brother in Europa gaat over de toegenomen controle van de overheid op het leven van burgers en de verregaande aantasting van de rechten en vrijheden die daarvan het gevolg is. Ter onderbouwing van die stelling onderscheidt Jespers drie oorzaken. In het eerste deel van zijn boek wijst hij op de inzet van nieuwe technologieën (RFID, biometrie, DNA) in het veiligheidsvraagstuk en de inbreuken die zij maken op de persoonlijke levenssfeer. In het tweede deel bespreekt hij hoe de war on terror leidt tot een stroomversnelling van maatregelen om vrijheden van burgers in te perken. In het derde deel stelt hij de macht van de Europese Unie aan de orde en wijst op de invloed van organisaties als Europol en Europese programma’s om de veiligheid te vergroten. Deze drie ontwikkelingen, hoe uiteenlopend ze ook zijn, dragen er volgens Jespers aan bij dat de mensenrechten worden uitgehold en dat de macht van de overheid over het privédomein uitdijt.
Hoe juist die constatering feitelijk ook is, ze kan moeilijk nieuw worden genoemd. Zowel vanuit de praktijk als de wetenschap wordt bij herhaling gewezen op de vlucht naar voren die de overheid maakt in het streven veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk in kaart te brengen en uit te sluiten. Vooral het eerste en derde deel van Big Brother in Europa stellen teleur. Het derde deel leest als een inleiding publiekrecht op de instellingen, verdragen en besluiten van de Europese Unie. Het eerste deel is een opsomming van uiteenlopende digitale technologieën, zoals intelligente camera’s en biopaspoorten. In beide delen wordt bovendien een schijntegenstelling gecreëerd tussen het inzetten van veiligheidsmaatregelen en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Inbreuken op de privacy worden ook in verdragen als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens voorzien. Daarnaast kunnen surveillancetechnieken ook worden gebruikt om de overheid te controleren. Er is dan sprake van een omgekeerde surveillance, ook wel ‘sousveillance’ genoemd. Het bekendste voorbeeld hiervan is de voorbijganger die op camera het incident met Rodney King vastlegde. De laatste werd in 1991 tijdens een verkeerscontrole in elkaar geslagen door agenten van het politiekorps Los Angeles. Helaas komen in het boek dit soort van ‘tegenstrategieën’ niet aan de orde.
Het tweede deel over de maatregelen naar aanleiding van de aanslagen van 9/11 op de Verenigde Staten spreekt het meest aan, omdat Jespers hier verhaalt over Belgische terrorismezaken waarin hij optrad als advocaat. Jespers stelt concreet aan de orde hoe vage juridische begrippen als ‘extremisme’, ‘radicalisering’, ‘overlast’ en ‘stadsgeweld’ worden gekoppeld aan de dreiging van het terrorisme en leiden tot een, zoals hij dat noemt, terugval van het internationaal recht en een erosie van de bescherming van onze fundamentele rechten. Op het eind van zijn boek introduceert hij een charter van 18 artikelen om de privacy en grondrechten te beschermen, met daarin maatregelen als de intrekking van biometrische paspoorten en het onaantastbaar verklaren van de democratische grondrechten en vrijheden van burgers. Maar na 348 pagina’s te hebben besteed aan schendingen van de rechten van de mens en het onvermogen om vanuit politieke en juridische hoek tegenwicht te bieden aan het nieuwe veiligheidsdiscours, komt deze oplossing wel heel naïef over.

 

Raf Jespers - Big Brother in Europa
Epo: Berchem, 2010

Top