Verzet in een Imperium

Een gesprek met filosoof en kunstenaar Alex Galloway

 

Gepubliceerd in: Gonzo (circus), nr. 67 (Leuven, 2005).

 

Alex de Jong en Marc Schuilenburg

 

Weinig boeken hebben zoveel positieve respons gekregen als ‘Empire’ en ‘Multitude’ van Michael Hardt en Antonio Negri. De steun blijft niet beperkt tot intellectuelen als de Sloveense filosoof Slavoj Zizek die ‘Empire’ heeft uitgeroepen tot het Communistisch Manifest van deze tijd. Beide werken vormen ook de bijbel voor de andersglobalisten met de Canadese Naomi Klein als één van de bekendste pleitbezorgsters. Voor een groot deel is het succes bij de andersglobalisten te verklaren door de oproep van Hardt en Negri in verzet te komen tegen de nieuwe kapitalistische wereldorde. Veel andersglobalisten zien verzet als een historische opdracht voor de groepen die door het neoliberalisme worden uitgebuit en gemarginaliseerd. We lopen Alex Galloway tegen het lijf op de zevende editie van het Dutch Electronic Art Festival (DEAF) in Rotterdam. Galloway is filosoof, computerprogrammeur en kunstenaar. Hij houdt zich bezig met de vraag hoe een nieuw verzet zich kan aandienen. Wat zijn de actuele mogelijkheden van verzet in het door Hardt en Negri beschreven Imperium?

 

De orde van protocollen

Volgens Hardt en Negri vormt het neoliberale denken een nieuwe supernationale wereldmacht. Zij noemen dit het Imperium. Het Imperium is een piramidaal machtssysteem dat uit drie lagen bestaat. Als de koning in een monarchie staan de Verenigde Staten aan de top. In de eerste laag van de Imperiale piramide worden de Verenigde Staten gevolgd door de G7, de Wereldbank, en het IMF als baronnen en graven. In de tweede laag plaatsen Hardt en Negri transnationale bedrijven en de nationale staten. Onderaan staan de vazallen van de Verenigde Naties en de media. Hardt en Negri stellen dat de macht van het Imperium moet worden bestreden. Maar hun voorbeelden van verzet gaan niet verder dan analoge opstanden als die van de Zapatista’s in de zuidelijke Mexicaanse staat Chiapas. Dat is merkwaardig omdat de machtsverhoudingen van het Imperium zijn gestoeld op een netwerk van communicatie en informatietechnologieën als het internet. Waarom speelt het verzet tegen het Imperium zich niet af op het digitale niveau van de informatietechnologie?
Alex Galloway legt uit dat het internet niet moet worden beschouwd als een plaats van absolute vrijheid. Het internet werkt volgens een systeem van onzichtbare controle. Die controle wordt uitgeoefend door technische protocollen. Protocollen zijn conventionele regels en standaards die de relaties tussen de verschillende personen die op het internet actief zijn, accommoderen. Voor een protocol maakt het niet uit wat de bron of het doel van het gegevensverkeer is. De opmaaktaal Hyper Text Markup Language (HTML) die zorgt dat webdocumenten een eenduidige code krijgen, is een voorbeeld van zo’n protocol. Volgens Galloway creëren protocollen een nieuw systeem van orde: “Protocollen streven een universeel privilege na. In 1983 is het TCP-protocol ontwikkeld voor het internet. Samen met het IP-protocol is dat protocol verantwoordelijk voor de datacommunicatie tussen alle op het internet aangesloten computers en netwerken. Als je dat protocol niet accepteert, ben je offline. Protocollen definiëren daarmee de grenzen van een technologie. Ze geven de uiterste grens of de omvang van een nieuwe technologie aan. Noodzakelijkerwijs doen technologieën dat niet altijd zelf. De technologie van een pen bepaalt niet de omvang van het schrijven.” Galloway stelt dat protocollen ons handelen bepalen op een manier die we nog niet eerder hebben beleefd. Allerlei instellingen en organisaties werken met protocollen: het onderwijs, de gezondheidszorg, de rechtspraak. “Protocollen brengen een zware straf met zich mee als je ze niet accepteert. Dat leidt op het internet ertoe dat je alleen met jezelf kan praten. In dat opzicht zijn ze een binaire straf. Ik noem dat in mijn boek een absolute straf.”
De komst van het Imperium roept zijn eigen verzet op. Een analyse van de actuele verzetsvormen moet zich richten op de globale ICT-netwerken van dat Imperium. Als we de mogelijkheden willen veranderen, moeten we dus de protocollen wijzigen. “Protocollen passen zich echter continue aan. Ze wijzigen op een soort van ‘binnen-buiten’ manier. Dat is een democratisch proces. Er is geen kracht van buiten die dit organiseert. Een protocol verandert door het gedrag van de mensen die de taal opstellen. Het stelt zich bij waardoor er een nieuw jargon optreedt,” beweert Galloway. De flexibiliteit van het systeem van protocollen is zowel zijn kracht als zijn grootste gevaar. Die flexibiliteit zorgt dat ieder alternatief onmiddellijk binnen het systeem wordt getrokken en zo wordt geneutraliseerd. In dat opzicht werken protocollen op dezelfde wijze als het Imperium “Het einde van het kapitalisme denken in de vorm van een utopie is een van de meest radicale ideeën. Zo niet onmogelijk. Hoe bied je weerstand tegen de universaliserende tendens van het kapitalisme? Dat is de vraag die de filosoof Frederic Jameson stelt. Nu kan je alleen naar de film gaan om te zien hoe buitenaardse wezens het Witte Huis vernietigen.”

 

De vleesmachine Carnivore

In de schaduw van de Twin Towers ontwikkelt Alex Galloway in 2001 met de Radical Software Group (RSG) het programma Carnivore. Dit programma, dat na de ramp in hetzelfde jaar onaangenaam actueel wordt, draagt de naam van de software die de Amerikaanse veiligheidsdienst FBI gebruikt om het internetverkeer te controleren. Het project van Galloway draait om CarnivorePE. Dat is een software applicatie die luistert naar al het internetverkeer (e-mail, websurfen, etc) dat op een specifiek netwerk plaatsvindt. CarnivorePE helpt de datastroom aan interfaces die clients worden genoemd. Deze clients zijn ontworpen om het verkeer in het netwerk te animeren, diagnosticeren, of te interpreteren. Galloway’s Carnivore is een verbetering van de versie van de FBI. Anders dan het origineel stelt het niet de data voorop, maar de verbindingen die worden gemaakt. Het visualiseert de datastromen en de bewegingen in netwerken. Volgens Galloway laat het Carnivore-project zien dat je je niet moet verzetten tegen protocollen. Althans, niet in de klassieke betekenis van verzet. “Je kan het vergelijken met het huidige verzet tegen het kapitalisme. Weerstand door middel van frictie werkt niet meer. Sommige beweren het tegenovergestelde. Zij denken dat terroristen succesvol zijn in het plegen van verzet tegen de netwerkmaatschappij. Maar terroristen doen het tegenovergestelde. Zij buiten het netwerk uit. Al Qaeda pleegt geen verzet tegen het netwerk. Zij maakt het netwerk beter.”
Verzet kan volgens Galloway alleen van binnenuit effectief zijn. Een computervirus buit het netwerk uit zonder dat het zich tegen de protocollen verzet. Het spreekt de taal van het netwerk. Het komt door een draad naar binnen door zich te conformeren aan de geldende protocollen. Daarna wordt het pas actief. Het zal niemand verbazen dat een virus een politieke inzet heeft. Dat bleek tijdens de 49ste editie van de Biënnale in Venetië toen de kunstenaarsbeweging 0100101110101101.ORG vanuit het Sloveense paviljoen het computervirus Biennale.py verspreidde. Dat leidde tot een enorme opschudding omdat alle computers dreigden uit te vallen. Het beveiligingssoftware bedrijf Symantic zette direct de achtervolging in. Uiteindelijk bleek de software onschadelijk. Volgens Galloway buit Biennale.py het netwerk uit op de termen van het netwerk. Zij spreekt de taal van het netwerk. Dit oprekken van het systeem beschouwt hij als een vorm van verzet: “Ik noem dat overbuiging. Als je je arm te ver strekt, is er sprake van overbuiging. Dit idee staat tegenover bifurcatie of splitsing. Over verzet praten in termen van het systeem beter laten werken, roept echter nog steeds veel vragen op omdat het geen weerstand introduceert.” Voor Galloway pleegt Carnivore dan ook geen verzet tegen het systeem van de FBI. Het maakt het juist beter. Het duwt het systeem als het ware naar het einde. In dat opzicht is verzet een tegen-protocol. “In mijn laatste boek hield ik me niet bezig met een theorie van verzet tegen de werking van protocollen. In mijn nieuwe boek wil ik dat wel duiden. Ik wil het digitale verzet dat in ‘Empire’ ontbreekt, invullen. Eén idee is dat verzet zich niet moet focussen op een statische kaart die bestaat uit één-op-één relaties, maar op een kaart van dynamische relaties, van ‘velen-tot-velen’.” Verzet moet zich richten op de kenmerken van netwerken zoals flexibiliteit en robuustheid. Flexibiliteit betekent dat een netwerk kan omgaan met veel invloeden van buiten af. Robuustheid duidt op zijn buitengewone kracht. Maar als flexibiliteit en robuustheid de gereedschappen van de machtsstructuren van het netwerk zijn, hoe kan je je dan verzetten? Galloway stelt voor om tegen-protocollen te ontwikkelen die buigzaam en energiek zijn: “Zulke tegen-protocollen gaan op zoek naar de spanningen en tegenstellingen in het systeem, zoals de tegenstelling tussen strikte controle die impliciet aanwezig is in netwerkprotocollen en de ruimdenkende ideologieën die hen ondermijnen.”

 

Alex Galloway – ‘Protocol. How Control Exists After Decentralization’, The MIT Press, Cambridge, 2004

 

Internet:
http://www.rhizome.org
http://itserve.cc.ed.nyu.edu/galloway
http://www.0100101110101101.org/

Top