>Red Road

 

Gepubliceerd in: Gonzo (circus), nr. 80 (Leuven, 2007).

 

Marc Schuilenburg

 

Red Road is de debuutfilm van Andrea Arnold. De film gaat over het gebruik van beveiligingscamera’s in het Schotse Glasgow. Het voorkomen van misdaad speelt echter een marginale rol. Dankzij de camera’s komen we alles te weten over het verleden van de hoofdpersoon.

 

Red Road is de eerste van drie films van het project ‘Advance Party’, geproduceerd door Sigma (Engeland) en Zentropa (Denemarken). De samenwerking is geïnspireerd op de ideeën van de Deense regisseur Lars von Trier, bekend van ‘Dogville’ en ‘Breaking the Waves’. Drie filmmakers zijn uitgenodigd in de traditie van Dogma het leven van een groep hoofdpersonen in beeld te brengen. De Deense scenarist Anders Thomas Jensen en regisseur Lone Scherfig bedachten de karakters. Het staat de regisseurs vrij om de verhalen van de hoofdpersonen uit te breiden, de locaties te veranderen of figuren toe te voegen aan de originele verhaallijn. Wel moeten de films in zes weken worden opgenomen en dienen de oorspronkelijke karakters erin terug te keren.
In Red Road werkt de hoofdpersoon Jackie, gespeeld door Kate Dickie, als beveiligingsambtenaar voor de gemeente. Ze verdient de kost door beelden van de bewakingscamera’s op de monitors in de centrale controlekamer in de gaten te houden. Op honderden schermen tekent zich af wat er rondom de mistroostige en grimmige flats Red Road in het noorden van Glasgow gebeurt. We herkennen een groep dronken jongeren, zien een minderjarig meisje verdwaast rondhangen, een man die zijn zieke hond op straat uitlaat, twee mensen die in het midden van de nacht seks hebben achter een schutting. Zonder dat de inwoners er rekening mee houden, bekijken de camera’s alles en iedereen. Ze registreren de activiteiten in de wijde omtrek van de flats. Ziet Jackie dat er een gevaarlijke situatie dreigt of denkt ze dat er problemen komen, dan licht ze onmiddellijk de politie in.
Andrea Arnold (1961) is geboren in Dantford, Kent, Engeland. Haar eerste korte film maakte ze in 1998 en heette ‘Milk’. Voor haar korte film ‘Wasp’ uit 2003 verdiende ze een Oscarnominatie. Met Red Road won Arnold in 2006 de juryprijs van Cannes. Tot haar invloeden rekent ze illustere voorgangers en generatiegenoten als de Russische regisseur Andrei Tarkovsky, de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne, Lukas Moodysson en Robert Bresson. Op de vraag naar het waarom van Red Road antwoordde Arnold tegenover de BBC dat de grootschalige inzet van camera’s, ook wel bekend als CCTV, ter discussie moet worden gesteld. In Groot-Brittannië is het aantal camera’s het hoogste ter wereld. Volgens de laatste cijfers zijn er nu rond de 4,2 miljoen camera’s, wat neerkomt op één camera per veertien inwoners. Gemiddeld wordt een persoon in Londen 400 keer per dag in beeld gebracht. Dat maakt het nagenoeg onmogelijk niet in beeld te komen. In de huidige surveillancecultuur is iedereen een filmster geworden, continue achtervolgt door de paparazzi van de veiligheidsindustrie.
Toch is Big Brother geen juiste metafoor om de film Red Road te beschrijven. Dat zou suggereren dat ons leven vanuit één punt in de gaten wordt gehouden. Beter is te spreken van Little Sisters. Een heel systeem van camera’s en andere technologieën zien onmiddellijk wat jij gedaan hebt, welke boetes nog openstaan en of je nog schulden bij de Belastingdienst hebt. Verschillende instanties staan zo met elkaar in verbinding en bemoeien zich allemaal met jou. Wanneer Jackie op een doordeweekse dag in de controlekamer aan het werk is, herkent ze op een van de monitoren het gezicht van een man. De persoon, die Clyde blijkt te heten, zorgt voor een breekpunt in de film, maakt een einde aan de sleur in het leven van Jackie. Clyde is verantwoordelijk voor de dood van haar man en kind. Zo blijkt de film niet te gaan over het voorkomen van criminaliteit, het tegenovergestelde gebeurt. Hier gaat het over het verleden van de hoofdpersoon, over haar wil tot wraak op de man die in beeld wordt gebracht door de bewakingscamera’s die zij iedere dag moet bekijken.
Red Road is een donkere film, die veel overeenkomsten vertoont met het werk van Michael Haneke. Net als in Hanekes film Caché, waarin een man wordt gestalkt en videobanden ontvangt met daarop beelden van zijn huis waar hij met vrouw en kind woont, weet Arnold een onbestemd gevoel te creëren. Het gebruik van onconventionele filmtechnieken, de grofkorrelige beelden van de beveiligingscamera’s en een onheilspellende geluidsband (Lady Sovereign, Joy Division) zorgen voor een beklemmende ervaring. Maar in tegenstelling tot de dystopie van Orwell’s 1984 hebben de beveiligingsambtenaren van de gemeente geen fascistische trekjes. Het zijn betrokken personen, ze voelen zich persoonlijk verantwoordelijk voor de veiligheid op straat, hechten zich aan het leven van de bewoners in de buurt. In een interview met The Guardian vertelde Arnold: “Toen ik mijn onderzoek startte, was ik erg ongerust, had ik verschillende schokkende verhalen gehoord over CCTV. Maar de mensen die de beelden van de camera’s bekijken, en de personen die ik ontmoette, waren de soort mensen die je in de film ziet. Niets blijkt simpel te zijn, is het niet?”
Mocht er in Red Road toch sprake zijn van een Big Brother-figuur, dan komt die twijfelachtige eer toe aan het onheilspellende spektakel van de Red Road flats. Door de flats van onderaf te filmen, laat Arnold ze nog groter en ongenaakbaarder overkomen dan ze in werkelijkheid zijn. In lijn met klassieke horrorfilms worden de flats geportretteerd als ondoorgrondelijke, duistere plekken, al jaren op de lijst om gesloopt te worden, maar nog steeds bewoont door de onderkant van de Glasgowse samenleving. In 1962 werden de Red Road flats, bestaande uit 31 verdiepingen, ontworpen door Sam Bunton & Associates. Ze waren bedoeld als een snelle en goedkope oplossing voor het stijgende tekort aan woningen in de stad. In de jaren 1960 behoorden ze nog tot de hoogste gebouwen in Europa. Maar al snel zorgde de hoogte en het gebrek aan voorzieningen tot problemen voor jonge gezinnen. Op dit moment staan veel verdiepingen leeg, andere worden gebruikt als huisvesting voor studenten en kansarmen.
Wanneer Jackie de man op de beelden herkent, overtreedt ze de regels. Ze waarschuwt niet de politie maar gaat zelf op onderzoek uit. Net als in het beroemde verhaal ‘De gedaanteverwisseling’ van Franz Kafka zien we haar veranderen. Ze besluit zelf een camera te worden. Om een camera te zijn, neemt ze de functie van de bewakingstechniek integraal over. 24 uur per dag bewaakt ze Clyde, gespeeld door Tonny Curran, door hem continu in beeld te houden. Als een voyeur dringt Jackie zijn leven binnen, op zoek naar een antwoord op de vraag waarom de moordenaar van haar man en dochter op vrije voeten rond loopt. Ze bekijkt Clyde in de kroeg, gaat in gesprek met hem, belandt op een feestje in zijn troosteloze woning, heeft zelfs seks met hem. Zo voltrekt het verleden van Jackie zich voor onze ogen, haar moeizame relatie met haar schoonouders, de plaats van de moord op haar twee geliefden. Dit maakt Red Road meer dan een commentaar op de veiligheidsmaatschappij. De film vraagt aandacht voor de persoonlijke kant van onze beeldcultuur. In het bijzonder bewijst Red Road dat technologie nooit een neutraal of waardevrij middel is, maar altijd een sociale kant heeft. Hoe onprettig die voor sommige personen ook blijkt te zijn.

Top