Mark Bain

“Ik draag altijd oordopjes”

 

Gepubliceerd bij: tentoonstelling XX Multiple Galerie (Rotterdam, 2003).

 

Alex de Jong en Marc Schuilenburg

 

Rotterdam vormt van 7 mei tot 7 juni 2003 het decor van de eerste Internationale Architectuur Biënnale. Het thema van de Biënnale is mobiliteit. De gevolgen van mobiliteit worden beschouwd tegen de achtergrond van de opkomst van netwerken van snelwegen die toegeëigend worden door technologische hulpmiddelen als de auto, metro en trein. Deze inval van het publieke domein roept vragen op als kan een weg in een gebouw veranderen en het gebouw in een weg? Dit gegeven van een toenemende mobilisering en verstedelijking opent ook andere gezichtspunten voor de organisatieprincipes van onze stad. Zo gaat de Amerikaanse kunstenaar en architerrorist Mark Bain (1966) in zijn werk op zoek naar de verhouding tussen geluid en architectuur. In zijn laatste project dat momenteel te horen is in XX Multiple Galerie maakt Bain gebruik van de trillingen die seismografisch zijn vastgelegd van het instorten van het World Trade Center op 11 september 2001. Hij zet deze trillingen om in geluid om dat vervolgens te verwerken in een geluidsloop. Mark Bain laat zich daarbij het beste omschrijven als een nieuwe mutant uit een aflevering van de X-Men. Hij beweegt zich door postindustriële landschappen om op zoek te gaan naar verlaten gebouwen, oude bruggen of in onbruik geraakte structuren die kunnen dienen als dragers van geluiden. Op deze wijze laat hij architectuur een volledig nieuw spectrum aan beats en ritmes produceren die met elkaar communiceren in onze datasfeer. Wij ontmoeten Mark Bain in XX Multiple Galerie en praten over zijn nieuwste project, de fysieke ervaring van geluid, de rol van de soundsystem en het ontstaan van een andere vorm van urbaniteit. Luister naar Mark Bain.

 

Je bent in 1966 in Seattle geboren. Wat is je achtergrond en waar komt de interesse in geluid en architectuur vandaan?

“Ik ben opgegroeid in een familie van architecten en technici. Zowel mijn opa als mijn vader, maar nu ook mijn broer John, zijn architecten. Andere familieleden werken als technici voor bedrijven als Boeing. Ik heb verschillende opleidingen in die disciplines gevolgd, maar kon nooit iets vinden wat bij me paste. Toen ik in rockbands ging spelen, was ik in staat verbanden te leggen tussen verschillende kennisgebieden in mijn omgeving. Dit resulteerde in een voorliefde voor verouderde technologische apparaten, geluid en een gezond wantrouwen in architectuur.”

Geluid is plastisch. Het gaat overal doorheen en opent een mogelijkheid aan nieuwe ruimten in de stad. Wij denken dat geluid het DNA van de stad vormt. Op welke wijze benader jij in je werk geluid?
“Ik ben geïnteresseerd in de omstandigheid dat geluid een conceptueel object kan zijn. Voor mij is geluid altijd gerelateerd aan een idee of een betekenis. Het is vergelijkbaar met een vingerafdruk. Ik noem dit een sonische imprint. Daarbij kent geluid een vorm van intelligentie: een diepere betekenis die tot uiting komt in allerlei vibraties, resonanties en frequenties. Ik positioneer me daartoe zowel als een architect als een wetenschapper. Elke goede kunstenaar is namelijk ook een onderzoeker. Wat ik doe is in ieder geval een vreemde en vrolijke wetenschap.”

 

Geluid kan een gevoel van fysieke en mentale desoriëntatie veroorzaken. Het is een kracht die tactiel is. Op welke wijze benader jij deze fysieke kant van geluid? Heeft je werk fysieke gevolgen voor jouw lichaam gehad?

“Materiaal kan op verschillende wijze worden beleefd. Ik ben van mening dat het gehele lichaam kan luisteren. Je hoeft daarvoor niet alleen je ogen te gebruiken. Ik wil architectuur dan ook terugbrengen tot een punt van resonantie om op deze wijze een andere betrekking tot stand te brengen tussen een gebouw en een individu. Geluid is in staat om ruimte te identificeren. Een interessante vraag is dan “waar plaats je jezelf in een ruimte?” Daarnaast heeft het fysieke en psychologische gevolgen. Architectuur is boven alles fysiek . Als ik met geluid aan het werk ben, gedraag ik me erg voorzichtig. Zo draag ik altijd oordopjes. Als ik aan het mixen ben, gebruik ik ook geen koptelefoon. Van doofheid heb ik tot nog toe dan ook geen last gehad.”

 

In de jaren vijftig ontstond in Jamaica de soundsystem waarbij iedere systeem een eigen muziekstijl in de vorm van deejays en toasters en aanhang kende. De soundsystem biedt de ideale vorm om te interveniëren in de publieke ruimte. Iedere locatie of vorm (vrachtwagen, bus, straat) is geschikt. Ben je bekend met de Jamaicaanse soundsystems en hoe verhouden deze zich tot jouw werk?

“Ik werk veel met gemuteerde soundsystems die in staat zijn zeer lage frequenties te laten horen. Ik ben daarbij altijd nieuwsgierig geweest naar de Jamaicaanse soundsystems. Zij hebben de grootste speakers. De torens die voor deze soundsystems worden gebouwd zijn ongelofelijk. Op dit moment worden er ook in West-Afrika interessante soundsystems gebouwd. Omdat grote boxen en versterkers niet altijd voldoende voorhanden zijn, wordt daar geïmproviseerd met electriciteitskabels en membranen die ritmes voortbrengen. De objecten en het geluid die hierdoor ontstaan, zijn echt ongelofelijk. De objecten die ik geluid heb laten produceren, lijken hier in zekere zin ook op.”

Voor ons maken de geluidseffecten van de stad duidelijk dat de stad een verzameling beats en ritmes is. De stad vormt een dis-continuum aan allerlei subsonische frequenties zoals sirenes, huilende baby’s, elektrisch licht, geroezemoes en claxons. Ieder willekeurig stadsgeluid is een gecodeerd ritme, of te wel een hyperritme. In je werk roep je de stad uit tot jouw sonische domein. Is de stad een ritmemachine of, anders gezegd, een elektriciteits- of krachtenveld aan beats en ritmes?
“Ik sluit me daarbij aan. Ik liep op Koninginnedag langs de Amsterdamse kanalen met een microfoon. De stad was een gigantische mix aan geluiden. Ieder kanaal kende zijn eigen diepte. Alles kan daarbij een ritme zijn. Je kunt willekeurig ieder geluid in de stad beschouwen en opnemen als een ritme. Ik beschouw deze geluiden als snapshots. Wat ik bovenal fascinerend vind zijn de vluchtwegen over Schiphol. Zelfs als er geen vliegtuigen zijn, leveren deze routes geweldige grommende geluiden op. Als je dit terug voert naar architectuur, ben ik geïnteresseerd in een urbane houding die te vergelijken is met de Middeleeuwen. Architecten bouwden over elkaar heen zodat er een organische formatie kon ontstaan die zich over elkaar heen vouwde.”

 

Je bent begonnen met gebouwen en bruggen tot megaspeakers te maken. Deze plaatsen hebben van zichzelf al een sociale, industriële of wetenschappelijke geschiedenis en dragen daar ook de sporen van. In je laatste project ‘Impact/Collapse’ speelt voor het eerst politiek een grote rol doordat je je richt op de gebeurtenis van 11 september 2001 en het instorten van de World Trade Center. In welke richting gaat je werk zich in de toekomst ontwikkelen?

“In ‘Impact/Collapse’ wilde ik niet door middel van beelden of verhalen, maar met geluid mensen laten ervaren wat op 11 september in New York gebeurde. Daarvoor heb ik de seismologische gegevens van dat moment opgevraagd om de impact op de aardbol van deze gebeurtenis weer te geven. Ik ben daar vanaf augustus 2002 mee bezig geweest. Uiteindelijk kostte het me anderhalve maand intensief werk om de gegevens om te zetten in geluid. Op dit moment ben ik bezig met de oorlog in Irak. Op de televisie hoorde je verslaggevers commentaar geven op de bombardementen die plaats vonden buiten de hoofdstad Bagdad: “I hear this constant rumbling sound and I see large amounts of smoke.” De beelden over het inslaan van deze bommen waren echter niet aanwezig. Ik probeer nu de seismologische gegevens van deze inslagen vanuit Iran en Syrië te verzamelen om deze opnieuw om te zetten in geluid. Ik denk dat dit een logisch gevolg is op mijn vorige project. Eigenlijk ben ik bezig de geschiedenis van het geluid op te nemen.”

Top